Voor een alleenstaande moeder heb ik aardig wat menschenkinderen verzameld, mijn eigengebreide ludieke stelletje, een fantastische vrouw, een wetenschapster en een fantastische man, een kunstenaar en mijn bijzondere schoonkind, vader van mijn al prachtige kleinkind in wording. Er zijn niet genoeg superlatieven om mijn trots en gevoelens te beschrijven. Het zijn allemaal echte menschen! Maar ik heb ook nog een flinke hoeveelheid bij-menschenkinderen waaronder de vriendin van mijn zoon, een paar van zijn vriendjes in Spanje, mijn tweeling, waar ik zolang voor gezorgd heb ( zie: bibelebontse berg) en mijn verschoonkind: O.
O. was (en is) het meest charmante jongetje uit de kleuterklas van mijn dochter en zoon van een vriendin. Donkere twinkelogen en twee kuiltjes in zijn wangen. Een snelle donder, superbeweeglijk en om den dooien dood niet dom. En een doerak, (een deugniet vind ik een vervelende woord want hij deugt wel) die er af en toe geen erg in had om op tijd naar de wc te gaan; ik woonde vlakbij school en voorzag O. van schone broeken . Hij heeft, zonder ooit te protesteren, heel wat bloemetjes onderbroekjes van mijn dochter gedragen. En als iedereen boos op hem was, nam ik hem apart en verschoonde, zonder iets te zeggen van het ongelukje. Dat heeft me enkele jaren geleden de naam 'verschoonmoeder' opgeleverd, een titel waar ik trots op ben. Nu probeer ik 25 jaar later, zonder me in zijn leven te dringen, nog steeds een vinger aan de pols te houden. O.is hyperactief, zoals ook mijn zoon en ik dat zijn, en met ons nog een miljoen andere mensen. Maar hij heeft nooit veel begeleiding gehad op dat gebied. Mijn zoon is van de ene therapie in de andere gerold en wist zich verzekerd van steun, maar bij hem wist ik het al bij de geboorte. En later herkende ik veel van hem in mij en andersom. Ik had gelukkig geen concentratie stoornis, mijn zoon en O. wel. Mijn zoon is een buitengewone fotograaf, met een camera die net zo snel is als zijn scannende blik en een flinke dosis doorzettingsvermogen. Falen is voor hem: in de put en er weer uit en doorgaan. Nu na de middelbare school en jaren kunstacademie, even alfa-hulp in de thuiszorg (goed hè) en vanaf volgende week verkoper bij een grote fotografiezaak en als assistent van een fotografe in zijn vrije tijd! Gelukkig zonder drugs!
O. heeft geen mazzel gehad. Altijd wel gewerkt en zijn best gedaan, maar wat er niet is, dat is er niet, structuur en positieve input is een groot goed. Kortom O.'s verhaal is pijnlijk, na alleen maar negatieve ervaringen en weinig tot geen therapie in zijn pubertijd, is hij ooit aan zelfmedicatie begonnen. Onvermijdelijk in zijn geval. Het jaar dat ik in de verslavingszorg heb gewerkt, heeft me veel geleerd over de onderliggende pijn en onrust, die je dan alleen maar weg lijkt te kunnen krijgen met alcohol en drugs (en ook het iets minder verslavende eten en roken, zoals in mijn geval). En eenmaal verslaafd aan 'pleistermiddelen', en dat is waar het brein van hyperactieve mensen heel tevreden mee is, is het een vreselijke klus om van die middelen af te komen en meestal lukt dat niet. O. is van het een in het ander gerold en heeft ook weer van alles geprobeerd om er uit te rollen. Maar niets helpt, opnames en deeltijdopnames, begeleiding…. ; helaas, het brein blijkt telkens weer sterker. O. heeft een dochtertje bij zijn eerste partner en vecht om het meisje te mogen zien, het is iets dat hij goed gedaan heeft, het is een prachtig kind. Ze houdt telefonisch contact met haar vader. Het leven van O. gaat dus niet over rozen, diagnoses werden veel te laat gesteld en 25 jaar geleden al helemaal niet en er werd te laat ingegrepen. Ik word daar vaak verdrietig van. Ik heb af en toe geprobeerd om hem actief te sturen, uit te leggen en te motiveren. Maar een man van 30 veranderen gaat niet, zeker niet als de onderliggende structuren al vaak in het gedrang hebben gezeten. Soms chatten we 's nachts en af en toe mailen we. O. heeft mijn telefoonnummer en weet dat ik altijd bereikbaar ben, maar hij maakt daar geen gebruik van. Vannacht kreeg ik een mailtje waarin hij zegt zijn lot te accepteren en dat wie het niet accepteert een probleem heeft. En hij heeft gelijk. Het weten hoe je er níet uit komt, het moe zijn van het eeuwige knokken, nog wel blijven vechten voor je dochter en niet weten wat je nog meer kunt doen, de puf niet meer hebben om weer te beginnen en toch weer terug te vallen…..
O. is en blijft mijn verschoonkind, ik kan hem niet anders helpen dan door veel van hem te houden, er te zijn voor begrip en nachtelijke chats. Ik blijf de flitsende oogopslag zien, de mij onderuithalende scheve grijns met de kuiltjes, ik voel nog steeds de dankbare armpjes om mijn hals en de klinkende zoenen.
En ik bedenk dan dat O. al veel verder is dan een heleboel van ons, hij heeft zichzelf en zijn leven geaccepteerd, hoe moeilijk dat ook is. Ik hoop nog op een wondertje, dat wel, maar dat wondertje moet niet zozeer O. veranderen, als wel de mogelijkheden om als hyperactieve jongere van je verslaving af te komen, daar wordt m.i. veel te weinig aan gedaan en over nagedacht. Er wordt zoveel uitgevonden voor ongeneeslijke ziektes,maar dit is, zoals de verslaafden dat ook zijn, een ondergeschoven kindje. Er wordt veel lapwerk verricht, dweilwerk met open kranen, terwijl iedereen in de verslavingszorg (en velen daarbuiten) weet, dat je hersens voor altijd verslaafd blijven, dat die vraag om pleisters altijd blijft, dat het anders-zijn met alle onmogelijkheden van dien, altijd pijn blijft doen!
Deze pagina is voor jou, lieve O., je bent een prachtmensch en ik ben nog steeds trots op je! En ook op het feit dat je mij je verschoonmoeder noemt, moeder blijf ik immers voor altijd!
©Gavi Mensch
Maastricht 01-04-2010
Tidak ada komentar:
Posting Komentar